Femke reflecteert op haar studiereis

Individuele eindopdracht SKBO goes USA
Femke van Sommeren

1. De vragen waarmee ik naar Amerika vertrok:

Ik vond het fijn om vanuit onze school een ‘gerichte kijkopdracht’ mee te nemen naar Amerika. Dit om niet alleen in de breedte te gaan kijken, maar mezelf ook te kunnen verdiepen in een aantal principes en vraagstukken waar wij als school echt meer over wilden weten en zien (omdat deze ons aanspreken of omdat deze passen bij onze visie en recente schoolontwikkeling). De vragen die binnen het team naar voren kwamen staan hieronder gecategoriseerd, opvallend is dat voornamelijk collega’s die bezig zijn met een opleiding (master SEN) of deze zojuist hebben afgerond met concrete vragen kwamen.
CES algemeen:
Wat zie je op de CES scholen gebeuren wat we hier missen en ‘in zouden moeten voeren’?
Hoe zie je in de klassen terug dat men aansluit bij hetgeen wat goed gaat? Hoe zie je dat kinderen hun eigen kwaliteiten kennen?

Inclusief onderwijs/passend onderwijs:
Preventie van gedragsproblemen.

Hoe inclusief is het onderwijs op CES scholen? Welke kinderen kunnen/mogen deelnemen aan het reguliere onderwijs? Hoe wordt er omgegaan met de diversiteit van leerlingen?

Toetsing/rapportage/administratie
Worden alle kinderen getoetst en hoe volgt individuele begeleiding binnen de groep? Hoe volgt rapportage? Hoe gaat men om met verschillen (uitvallers)? Individuele handelingsplannen/groepsplannen?

Teamleren
Hoe vindt er teamleren plaats (spontaan of georganiseerd)? Hoe leren leerkrachten van en met elkaar? Hoe en in welke vorm gaan zij het onderwijsinhoudelijke gesprek met elkaar aan? Hoe wordt hier leiding aan gegeven?

CES en Dalton
Overlappingen/overeenkomsten tussen het Daltonconcept en de CES principes?

CES en werken vanuit doelen met meerdere bronnen (rekenonderwijs)
We gaan steeds meer vanuit doelen werken, gebruiken daarbij meerdere bronnen en leggen dit vast in een bronnenboek. Op welke manier wordt op CES scholen de doorgaande lijn gevolgd/gewaarborgd? Hoe wordt de beginsituatie bepaald (per groep/individu/portfolio)? Is er sprake van een leerstofjaarklassensysteem?

2. De grote inzichten die ik heb opgedaan in Amerika:

Rekenonderwijs

– Een geweldige rekenles op CPE1 gezien en algebra en wiskunde op The Lighthouse school. Deze hebben mij echt aan het denken gezet over ons rekenonderwijs.
– De doelstelling staat centraal, elke leerling behaalt dit doel op eigen niveau.
– Er worden verschillende bronnen/materialen ingezet. Ook oudere leerlingen werken met ondersteunende visuele materialen.
– Er wordt echt gekeken naar kinderen (observeren i.p.v. toetsen).
– De leerlingen werken echt met elkaar samen, dit wordt hen al van klein af aan geleerd en er zijn afspraken voor.
– De leerlingen weten wat ze kennen en kunnen en reflecteren heel goed op hun eigen leerproces.
– De leerkrachten weten heel goed waar zij mee bezig zijn, vakmanschap. Zij nemen hun vak en professionaliteit serieus en nemen hun verantwoordelijkheden.
– Om een omgeving met effectief/optimaal leerprofijt te ontwikkelen moeten we buiten de tekstboeken en werkbladen kijken en denken. We moeten ons lichaam bewegen en veel praten. Het is een uitdaging om samen met je leerlingen een klaslokaal zo in te richten dat je zowel op fysiek, cognitief als emotioneel gebied bezig kunt zijn tijdens het leren. De klaslokalen zijn niet frontaal ingericht, dit geeft veel meer mogelijkheden.

Autonomie en vertrouwen
Er vindt voortdurend reflectie (vooral gericht op het proces) plaats door zowel leerkrachten als leerlingen. Ook dit is iets wat kinderen al jong wordt aangeleerd
– Manier van feedback geven en ontvangen.
– Leerkrachten gaan een diepgaand gesprek over onderwijs aan met elkaar.
– Leerlingen zijn echt eigenaar van hun eigen leerproces, krijgen vertrouwen en vrijheid (keuzemogelijkheden).
– Leerkrachten zijn echt eigenaar van het onderwijs dat zij vormgeven, goed doordacht, weten waar ze mee bezig zijn. Hebben sterke behoefte aan autonomie.
– Er wordt een grote verscheidenheid aan bronnen en materialen ingezet. De wereld om ons heen is al een rijke informatiebron die ontdekken en leren stimuleert.
– De leerling werkt en de leerkracht begeleidt.
Betrokkenheid
– Passie en vakmanschap waarmee leerkrachten met de leerlingen werken en waarmee zij over hun vak praten.
– Effectief inzetten van andere betrokkenen (ouders, onderwijsassistenten, ‘special needs’ leerkrachten, studenten) binnen de groep

– Betrokkenheid van de leerlingen is groot, doordat zij (mede)eigenaar zijn van het leerproces
Pedagogisch klimaat en veiligheid
– De sfeer van vertrouwen, rust, respect en discipline die je voelt, ziet en hoort in de hele school. Als je al je zintuigen open zet dan zie, hoor, merk en voel je dit door de hele school heen. Het is iets vanzelfsprekends en er hoeft niet veel moeite voor te worden gedaan.

– Duidelijke regels en afspraken, daardoor duidelijke wederzijdse verwachtingen.
– Discipline.
– Respect en vertrouwen waarmee iedereen elkaar benadert en aanspreekt.
– Het wederzijdse vertrouwen dat er is tussen leerkrachten onderling, leerlingen onderling en tussen leerkracht en leerling.

– Iedereen voelt zich veilig, gehoord en gezien.
– Uitgangspunt is dat elk kind ergens goed in is.
– Leerkrachten die op pedagogisch gebied steeds weer modellen. Niet de leerling aanspreken op zijn gedrag, maar uitspreken wat zij doen en laten zien en wat zij van iedereen verwachten.

Algemeen
– Daar waar worstelingen plaatsvinden vindt het leren plaats (uit comfort zone stappen).

– Maak het verschil, maak het betekenisvol, laat het nut zien.
– Maak je los van traditionele rollen binnen het coöperatief werken (te weinig gelijke betrokkenheid van alle partijen).
– Ontzettend veel parallellen met de Daltonprincipes. Deze zijn allemaal moeiteloos terug te vinden op de CES scholen die we bezocht hebben.
– Betekenisvol leren vanuit mogelijkheden, belangstelling en talent.
– Zinvol leren vanuit verbondenheid met de samenleving.
– Leerlingen zijn mede-eigenaar van hun eigen ontwikkelingsproces
– Leraren en opvoeders zijn partners in ontwikkeling
– Ontwikkeling is op basis van kennis, vaardigheden, begrip, inzicht en attitude is inzichtelijk
– De school legt verantwoording af naar de samenleving

3. Wat betekent dit alles voor mijzelf, persoonlijk, voor mijn leiderschap? Wat ga ik daarvoor doen?
De tijd nemen en geduld hebben zijn belangrijk in veranderingsprocessen, geduld is helaas niet mijn sterkste eigenschap. Mijn valkuil is dat ik teveel tegelijkertijd en te snel wil aanpakken en veranderen, dit wordt versterkt door alle mooie dingen die ik gezien heb en waardoor ik zoveel mogelijkheden zie om de kwaliteit van het onderwijs op onze school te verbeteren.

Ik moet mezelf steeds afvragen of we bezig zijn met de goede dingen, waarom we de dingen doen zoals we doen (en nagaan of dat ook anders beter kan), niet alles als vanzelfsprekend aannemen. Voortdurend blijven reflecteren op mijn eigen handelen en collega’s meer proberen aan te zetten tot eenzelfde kritische blik op handelen (door het stellen van de juiste vragen).

Ik kan de uitkomsten van deze studiereis goed combineren met de opdracht voor mijn opleiding van Magistrum. Ik heb hiervoor inmiddels ook al goedkeuring gekregen van de docent.

4. Wat betekent dit voor mijn collega’s/ mijn school, en voor SKBO? Wat ga ik daarvoor doen?

De verbinding en overeenkomsten tussen de CES principes en het Daltononderwijs zorgt voor draagvlak binnen het team, althans dat hoop ik. Er zijn veel mogelijkheden om de Daltonvisie van onze school te versterken en Daltonontwikkelingen door te voeren met de CES principes als uitgangspunt. Uiteraard zal dit gedoseerd en in kleine stapjes moeten gebeuren en zal er betrokkenheid en gedragenheid in het team moeten zijn. We hebben een goede Daltonvakgroep op school die zeker ingezet kan en moet worden en het is fijn dat Angelie vorig jaar ook op studiereis is geweest, op deze manier ‘spreken we dezelfde taal’ en weten we allebei hoe het zou kunnen.

In april krijgen we een visitatie van de Nederlandse Dalton Vereniging. Momenteel zijn we druk bezig met het invulling geven aan de Daltonmatrix, alle collega’s geven daarbij bij elke indicator aan wat de huidige en wat de gewenste situatie is. Dit alles zorgt voor voldoende gespreksstof voor mooie gesprekken binnen het team lijkt mij.

Nieuw opgenomen in de lijst van Daltonuitgangspunten en indicatoren is ‘reflectie’, ik denk dat wij hier nog wel wat te ontwikkelen hebben (zowel op leerling- als op leerkracht- niveau) dus ik zie hier een mooie kans om mee te gaan beginnen. Ik denk ook dat het hiermee moet beginnen, alle veranderingen/ontwikkelingen zouden moeten beginnen en eindigen met een goede reflectie.

Als het niveau van reflecteren omhoog gaat, vergroot dit bovendien het vertrouwen en inzicht in eigen kunnen en versterkt dit de wens naar autonomie.

Onderstaande indicatoren worden bekeken tijdens de Daltonvisitatie:

Indicatoren op leerling-niveau:

4.1 De leerling maakt een planning voor zijn taakwerk.
4.2 De leerling stuurt zijn planning bij door de voortgang te overzien.
4.3 De leerling beziet het behaalde eindresultaat kritisch en neemt leerpunten mee naar een volgende planning van zijn taak.
4.4 De leerling reflecteert op zijn eigen gedrag en dat van zijn medeleerlingen.

Indicatoren op leraar-niveau

4.5 De leraar zet verschillende reflectiemethoden in.
4.6 De leraar laat leerlingen reflecteren op de samenwerking.
4.7 De leraar laat leerlingen feedback geven op zijn eigen functioneren.
4.8 De leraar is in staat om kritisch naar zijn werk te kijken en gebruikt evaluatie, reflectie en feedback van anderen om zich verder te ontwikkelen.

5. Wat zie je voor je voor ons als groep al of niet in combinatie met eerdere reisgangers ?

We hebben zoveel ontzettend mooie dingen gezien, ik kan me niet voorstellen dat iemand binnen de stichting daar niet enthousiast van wordt. De CES principes kunnen een enorme verrijking bieden bij (visie)ontwikkelingen binnen de scholen. Het zou echt zonde zijn als er verder niets meer mee gedaan wordt, zowel vanwege hetgeen we gezien hebben als de investering die is gedaan in deze studiereizen.

Ik vraag me wel af of het hoger liggende doel en de visie achter de studiereizen bekend is bij alle collega’s en of er voldoende draagvlak voor is/was. Dit vanwege de kritische geluiden die je hoort m.b.t. zowel de studiereis als de SKBO studiedag van 4 oktober.
Deze visie en een strategie zijn nodig om de hele organisatie bij het proces te betrekken, draagvlak te creëren en mensen te enthousiasmeren. Regelmatig terug laten komen dus! Ik denk dat wij als een soort leidende inspiratiegroep kleine korte-termijn successen moeten zien te behalen op onze scholen en het vooral niet moeten laten verslappen. Hiervoor moeten we regelmatig contact houden met elkaar als een soort van ‘critical friend’. Wellicht regelmatig in kleinere groepjes en eens in de zoveel tijd met de hele groep.

Studiedag SKBO volgend jaar CES weer terug laten komen, waar zijn we op alle scholen mee bezig en wat zijn de recente ontwikkelingen die een verbinding hebben met de CES principes?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.