Something just like this

Ik hoor de kwartjes nog rammelen in mijn hoofd, zoveel zijn er gevallen vandaag… Al eerder noemde ik deze bezoeken en inzichten cadeautjes. Vandaag was de grootste. Op Parker highschool had ikzelf een moment wat ik bij kinderen het mooist vind van het hele onderwijs; ‘Oh, ik snap het!’ 

Tijdens de lunch kwam een van de leerkrachten bij ons zitten en we raakten in gesprek over de manier waarop zij onderwijs geven; veel respect, veel waardering, grote betrokkenheid, een veilige sfeer, veel uitdaging, kinderen zijn eigenaar van hun leer-en ontwikkelproces en overal straalt het plezier er vanaf. Zij gaf wat voorbeelden van hoe zij de leerlingen betrokken houdt bij haar les. Tegen het eind van ons gesprek vroeg ik welke lessen zij gaf. Haar antwoord was: ‘math’ (wiskunde) Ik voelde m’n nekharen wakkerworden en in de houding springen om mijn vreselijke weerstand versus wiskunde weer te geven. Ik heb haar letterlijk gezegd: ‘I hate math!’ met daarbij de achtergrond informatie over mijn eigen ervaring op de middelbare school. Die weerstand zit zo diep, dat ik op moet letten dat ik onze eigen dochter niet besmet met mijn afkeer voor wiskunde… Ze nodige me uit om te komen kijken. Deze les was prachtig!! Het ging over het bepalen of een schema of tabel quadranten weergaf. Pure hokuspokus voor mij. De opbouw van haar les zorgde voor een enorme betrokkenheid. De leerlingen stonden te popelen om hun antwoord op het bord te laten zien. Een prachtige puberkerel stond op, schreef op het bord en vertelde tegelijkertijd hoe hij tot zijn oplossing kwam. Daar, in de klas met deze uitleg en dat enthousiasme had ik mijn ‘oh, ik snap het-moment’. Ik heb tegen de leerkracht gezegd dat ze tegen haar klas mocht vertellen dat ik, in hun ogen waarschijnlijk stokoude juf uit Nederland, daarnet pas snapte wat ik eigenlijk op mijn middelbare school had moeten leren. Ik was dolgelukkig!  Een les vol betrokkenheid, humor, diepgang en geduld had mij dus iets over quadranten geleerd. Wat een fantastische manier van voorbereiden op je toekomst bieden ze hier. 

In de bus terug naar Boston luisterde ik muziek en daarbij viel alles op z’n plek: Where d’ya wanna go? How much you wanna risk….? 

I want something just like this! 


I’m checking: How are you? 

Vol bewondering en plaatsvervangende trots heb ik vanochtend een rekenles op Mission Hill bijgewoond. The teacher zat met 5 jongens van een jaar of 9/10 redactiesommen op te lossen. Er ging geen minuut voorbij of er was iets waardoor de aandacht afgeleid werd en de juf bleef daar zo ongelooflijk relaxt en positief onder dat me dat enorm heeft geraakt. Ze had de regie volledig in handen omdat ze de meest prachtige vragen exact op het juiste moment stelde. Een mini-pauze met de opmerking: I’m checking: how are you? Can I help you? En what do you need? zette de mannen aan het denken en daarmee gingen ze weer aan de slag. De redactiesom werd volledig ontrafeld en met de vraag: what are you going to do? gaven kinderen aan dat ze kozen voor optellen of vermenigvuldigen. Één van de jongens lag op het kleed, plat op z’n buik zichtbaar  te worstelen met de som. Opeens vloog ie overeind en riep hij dat ie het antwoord had gevonden. Vol trots stormde hij naar de juf. Zij bekeek z’n antwoord en zei: jouw hoofd heeft hard gewerkt! Jij hebt veel gerekend! Dit is NOG niet het antwoord op deze vraag. Zie je welk antwoord jij hebt gevonden? Hij zag het meteen: hij had vermenigvuldigd ipv opgeteld. Het antwoord op de redactiesom kon hij direct uit z’n hoofd geven. En trots als hij was…. heerlijk!!

Dit inspireert mij om tijdens onze morning meeting én gedurende de rest van de dag nog meer mèt de kinderen te praten. Ik ga nog meer positiviteit en vertrouwen aan mijn gesprekken met kinderen toevoegen door gerichte en geïnteresseerde vragen te stellen. Antwoorden zijn nooit fout; ze zijn NOG niet goed en kunnen leiden tot iets nieuws. Ik heb gezien dat dit de betrokkenheid enorm vergroot en hierdoor kinderen eigenaar zijn van hun eigen leerproces. Ook wil ik vaker op deze manier met mijn collega’s, ouders onze stagiaires in gesprek. So, my brains work hard, altough the answers are not right yet…. 

Toeval bestaat niet

Als de dag van gisteren kan ik me nog herinneren waar ik was en wat ik deed op 11 september 2001. Een leerling kwam vlak na schooltijd terug naar binnen gerend. ‘Juf, juf! Zet de tv aan! Er is een heel groot ongeluk met een vliegtuig gebeurd in New York!’ Nog net voordat onze teamvergadering begon, zaten wij aan de buis gekluisterd om ook al snel tot de vreselijke conclusie te komen dat dit geen ongeluk was… Uren, dagen en weken heb ik het nieuws gevolgd, want dit deed mij enorm veel verdriet en maakte me onrustig. Zelden heb ik met zoveel oprechte teleurstelling in de medemens en met groot verdriet iets gevolgd wat aan de andere kant van de wereld plaats vond. Zoveel kinderen, geliefden, vrienden, buren, collega’s die nooit meer thuis komen. Zoveel mensen die nooit meer kunnen doen waar ze gelukkig van worden… Het heeft me nooit losgelaten. 

Gisteren zijn we naar het National 11 september memorial en museum geweest. Na een eindje gezellig kletsend door de drukke straten van downtown Manhattan gelopen te hebben, voelde we alle 4 dat we dichtbij de plek des onheils in de buurt waren. Met een brok in mijn keel, een knoop in m’n buik liep ik achter mijn reismaatjes aan naar het enorme waterbassin dat direct de omvang van deze hel weergeeft. De tranen rolden achter mijn zonnebril over mijn wangen en ik legde mijn hand op de rand waarin alle namen van de slachtoffers staan. In enkele minuten flitsen beelden achter mijn tranen voorbij: zoveel mensen die nog zoveel tegoed hadden, allemaal iemands kind dat nooit meer thuis komt, voor hen allemaal nooit meer een morgen. Ik til mijn hand op en zie dat ik deze heb laten rusten op de naam ‘John’. John, zo heette ook mijn vriendje, mijn maatje van vroeger waaraan ik op zijn sterfbed heb moeten beloven dat ik de PABO af moest maken. ‘Beloof me dat jij de PABO af gaat maken Mascha. Vertel iedere dag tegen je kinderen dat ze moeten doen waarvan ze gelukkig worden, want misschien is er geen morgen’. Het liedje ‘Nooit meer een morgen’ van Marco Borsato hoort bij John z’n afscheid en ik laat het vaak ook horen aan de kinderen als ik training geef aan groepen. Ik vertel ze daarbij dat ze NU moeten beginnen aan hun plannen en dat moeten gaan doen waar ze gelukkig van worden. 

Daar aan die enorme waterval van namen lag mijn hand op ‘John’. Geen toeval, er werd me weer keihard duidelijk hoe kwetsbaar we zijn. Met mijn vriendje in mijn hart en de herinnering aan deze indrukwekkende dag is het ook aan mij om een bijdrage te leveren aan een mooie,  betere en liefdevolle wereld met respect voor alle mensen om ons heen. 

Geniet!! Ik begin vandaag! 

Het verschil maken…

Na afloop van de didactische ouderavond van onze groep (groep 8) komt een moeder even kletsen. Ze vraagt of haar zoon al verteld heeft dat zijn vader aanstaande dinsdag een zware, risicovolle operatie krijgt. “Nee”, is mijn antwoord, maar dat verklaart misschien ook meteen waarom hij al dagen om mij heen hangt en een kort lontje heeft…

De volgende dag vraag ik ernaar en met tranen in zijn ogen vertelt hij wat ze bij papa gaan doen. Ze gaan tussen zijn nekwervels ruimte frezen zodat hij hopelijk minder pijn zal hebben. “Als het misgaat, zit papa de rest van zijn leven in een rolstoel juf, daar kan en wil ik niet aan denken!” Ik vraag hem hoe ik hem kan steunen en of er iets is wat hem misschien hierbij kan helpen. Hij zegt dat ie er niet graag over praat, maar als ie iets wil vertellen weet dat hij altijd bij mij terecht kan en dat vindt ie fijn. Ook vertelt hij dat hij thuis vaak een kaarsje aansteekt voor papa. Toen ik hem vroeg of hij het fijn vindt om op school ook een kaarsje aan te kunnen steken, kreeg ik de warmste glimlach ooit.

Meteen  daarna zag ik zijn onzekerheid: “Wat vindt de rest van de klas daarvan, juf?'” Ik heb voorgesteld om samen aan de rest van de klas te vertellen wat er op dit moment zo belangrijk en spannend is in zijn leven en daar stemde hij zelfverzekerd mee in. Morgenochtend ga ik met mijn klas tijdens de morning meeting (ingevoerd nadat mijn duo-partner op CES-reis is geweest) praten hierover.

Ik ben niet gelovig, tenminste niet op de manier zoals mijn oma was. Zij had een vaste plek in de kerk en stak op alle belangrijke momenten in mijn leven een kaarsje voor me aan, “desnoods een kaars die een week brandt”, zei ze wel eens. Het heeft mij door veel spannende en beladen momenten heen geholpen en uiteraard heb ik al mijn diploma’s van strikken in groep 2 tot en met mijn HBO-diploma hieraan te danken. Soms grapte ik dat ze beter aandeelhouder bij de Bolsius kon worden! Toch heeft het ervoor gezorgd dat ik leerde dat kleine dingen het verschil kunnen maken.  Ik ben me meer dan ooit bewust dat niet zo’n kaarsje van 1,50 euro, maar IK het verschil kan maken voor de kinderen in mijn groep.

Dinsdag brandt er een kaarsje voor een vader, maar misschien ook nog voor veel meer belangrijke dingen in het leven….