Hogere orde denken op Parker

Vandaag op Parker zag ik een les die Project Citizen heet. De kinderen mogen in deze les zelf in groepjes een onderwerp kiezen dat te maken heeft met goed burgerschap. Er zijn kinderen die onderzoek doen naar de gevolgen van wapenbezit in de US, kinderen die onderzoeken hoe het aantal mensen dat in de gevangenis komt omlaag gebracht kan worden, sommigen doen onderzoek naar het beleid op het gebied van (verplichte) vaccinaties. Ik zie in dit lokaal groepjes kinderen die samen taken hebben verdeeld en research aan het doen zijn. Het groepje waar ik bij zit onderzoekt de gevolgen van wapenbezit. Zij hebben de taken verdeeld: de een zoekt naar beleid, de ander zoekt naar de gevolgen en de derde naar het waarom en de statistieken. Deze kinderen leren in de loop van hun middelbare school wetenschappelijk onderzoek te doen. Erg leuk om te zien.

Tweede les was ik bij Out of the dust. Dat is een literatuurles, gericht op een bepaalde periode in de geschiedenis. De kinderen hebben een deel van het boek gelezen, iedereen zit aan een grote tafel, de leerkracht ook. De leerkracht stelt vragen over de impact die het boek heeft op de kinderen. Ze vraagt wat de schrijver doet voor de lezer (verbindingen leggen tussen onderwerpen). Ze vraagt steeds als de kinderen antwoord geven een volgende vraag. Waarom is dat belangrijk? Wat doet dat met ons? Waarom? Ze doet dat antwoord na antwoord en duikt daardoor steeds verder de diepte in. Ik moet eerlijk zeggen dat de kinderen behoorlijk diepgaande antwoorden geven. Op een zeker moment geeft ze aan dat de schrijver ons tot actief drijft.  Ze vraagt welke actie. En dan vraagt ze weer waarom. En weer waarom. En weer. Er hangt een fijne sfeer en iedereen is erg betrokken bij de les. De leerkracht vraagt of iemand onderzoek heeft gedaan naar wat er in de jaren 30 in de US gebeurde. Die informatie wordt ingebracht door de leerling, mooi hoe dan ineens het projectweek samenkomt met deze literatuur (John Steinbecks – The grapes of wrath). De les gaat aan de hand van quotes die de leerlingen in groepjes hebben uitgezocht en op flats hebben geschreven. Daar wordt over gepraat, de leerkracht stelt vragen en ook leerlingen stellen vragen aan elkaar.

Na de pauze ben ik bij een Senior seminar geweest.  Één van de leerlingen liet daar aan mij zien hoe zij haar onderzoek aan het opzetten was. Zij gaat naar Ecuador aan het einde van dit jaar om vrijwilligerswerk te doen. Dan gaat ze ter plekke onderzoek doen naar de cultuur daar en naar straatkinderen. Dat combineert ze met fotografie. Ze heeft is nu bezig haar research te doen en te verwerken. In haar werkstuk heeft ze ook een duidelijk tijdspad staan met haar doelen  per periode.

Tot slot nog een stukje van de wiskundeles.  De kinderen hebben een werkblad gekregen met 6 opdrachten erop. De kinderen moeten de antwoorden met elkaar doorspreken en vervolgens wordt klassikaal nabesproken waarom welke antwoorden juist zijn.

Wat ik mooi vind aan Parker is dat de kinderen leren nadenken, research leren doen en wetenschappelijk onderzoek kunnen doen. Ik vind dat deze leerlingen op een hoog denkniveau functioneren.  Dat zet je wel aan het denken. Bij de introductie werd ons ook verteld dat ze dat hier op Parker belangrijker vinden dan kennis.

Inclusie

Op Mission Hill wordt elk kind aangenomen blijft daar zo lang als ouders willen. We zagen daar klassen met een grote diversiteit. Kinderen met verstandelijke beperkingen, syndroom van Down, adhd, gedragsproblemen enz. enz. Zij doen dit vanuit het diepe geloof dat alle kinderen met elkaar om moeten leren gaan en daar veel van leren en gelukkiger van worden. Nou vraag je je waarschijnlijk af, maar HOE DAN? We kennen namelijk allemaal situaties waarin het ons niet geluk is om álle kinderen binnen de eigen school voldoende te bieden.

Nou is het natuurlijk zo dat de faciliteiten hier beter zijn.  In elke klas staat een leerkracht met een andere volwassene. Soms is dat een stagiaire, soms een parent-teacher, soms een onderwijsassistent. Verder zijn er in de school ook veel andere extra handen. Een logopedist, maatschappelijk werker, psycholoog en vaak nog meer. Dat is bij ons niet. Dat kunnen we ook niet nabootsen.

Wat we wel mee kunnen nemen naar onze eigen klas, is de sfeer die in deze school hangt. Het voelt er rustig en relaxed. Er is veel aandacht voor het welbevinden van de kinderen. In de klassen is elke ochtend een morningmeeting, waarin o.a. met de kinderen kort wordt gesproken over hoe ze zich die dag voelen. Ze geven dan bijvoorbeeld een cijfer van 1 tot 5 en de leerkracht vraagt iedereen kort waarom zij zich zo voelen vandaag. Ik zat in een klas waarin veel kinderen aangaven zich die dag niet prettig te voelen, veel kinderen waren moe of ergens verdrietig om. De leerkracht besloot daarom de lessen op te schorten. Even met de kinderen naar buiten, even chillen.  Pas daarna begon de les. Mooi om te zien.

Wat ik ook bijzonder vond was het principe ‘be kind ‘. In de school hing een hele rustige sfeer. En zelfs al het even niet lekker ging (kinderen die uitdagend gedrag vertoonden of zich niet gedroegen zoals het hoorde) werden op rustige toon gevraagd zich te houden aan de afspraak (die dan nog eens concreet benoemd werd) en anders op rustige wijze gecorrigeerd. Ik zag bijvoorbeeld hoe een puber de klas uit werd gezet. Zonder discussie, zonder stemverheffing. Gewoon:”jij gaat nu even op de gang zitten tot ik je om ……kom halen.” Toen de jongen niet direct ging, telde de leerkracht rustig tot vijf. De jongen ging alsnog. Hij baalde ervan dat hij betrapt was, maar legde zich erbij neer. Be kind geldt dus duidelijk niet alleen voor kinderen, maar ook (misschien wel juist) voor volwassenen.

De kinderen op deze school worden duidelijk gerespecteerd en dat voelen ze ook.  Volwassenen proberen zich in te leven in wat voor de kinderen belangrijk is (bijvoorbeeld even iets afmaken) en houden daar rekening mee. Nog veel meer dan wij dat doen. Gaaf.

 

Projecttime

Wat ik deze reis over mezelf heb ontdekt is dat ik niet snel tevreden ben en niet gauw trots ben op wat ik doe.

Tijdens het kijken in de klassen heb ik veel nieuwe inspiratie opgedaan, maar ook gezien dat er ook echt wel dingen zijn die ik al heel goed doe.Ik wil daarom doorgaan met het aanbieden van veel structuur en het bewaken van rust tijdens instructies en dergelijke. Waar ik mee wil stoppen is het voorkauwen van dingen.

Ik wil kinderen meer coachend gaan helpen om zelf tot oplossingen te komen. Ik  vind dat rust en structuur een belangrijke pijler is waarop het coachend leren uitgebouwd kan worden. En ik wil ook gaan kijken of het me lukt om samen met de kinderen doelen te stellen.

Morgen wil ik kijken hoe leerkrachten coachen goed vormgeven en tegelijkertijd ook andere groepjes bijstaan. Waar ik ook naar wil kijken is hoe doelen vormgegeven worden en door wie. En hoe deze dan gecommuniceerd worden.

Vandaag hebben we zelf deelgenomen aan projecttime.  Eerst hebben we met post-its woorden opgeschreven waar we aan dachten bij autoriteit. De leerkrachten haalden daar de gemene deler uit en gaven ons de opdrachten iets te maken dat autoriteit verbeeldde. Het was bijzonder om eens in de schoenen van de kinderen te staan en  te ervaren wat zij voelen en doen tijdens zo’n activiteit. We merkten bijvoorbeeld dat we de gegeven tijd te kort vonden en dat het moeilijk is om te stoppen als je nog niet klaar bent. Er werd aangegeven dat het proces telt en niet het product, maar ik denk dat dat inderdaad voor ons leerkrachten zo is, maar dat dat voor de leerlingen anders voelt. Zij willen toch graag hun product afmaken en naar hun zin maken. Wat vooral waardevol was, was de evaluatie. Daar zat diepgang in, door het stellen van vragen als: “waarom heb je juist dit materiaal gekozen?” En:”Vind je achteraf dat dat de beste keuze was?” En natuurlijk veel meer vragen die allemaal gingen over het proces. Dat neem ik mee naar huis: bij de evaluatie vragen stellen over het proces.

Een inspirerende dag!

Vandaag bezochten de Neighborhood School. Dit is een school die van pre-K tot 5th grade gaat, dat is van 3 tot 11 jaar. Na een korte introductie door de directrice, konden we een kijkje nemen in de klassen.

Het was interessant om te zien hoe de leerkrachten de kinderen coachten tijdens project-time. De kinderen gingen zelf aan het werk met een project, in dit geval een recept klaarmaken. Vandaag werd er tijd besteed aan het voorbereiden van dat recept. De leerkracht hielp daarbij door vooral vragen te stellen: hoeveel heb je nodig? Is dat genoeg voor iedereen? Hoeveel koekjes heb je dan? Hoe verdeel je dat over de kinderen. Ze kauwde niets voor, maar liet de kinderen het zelf uitrekenen en stelde indien nodig helpende vragen. En als de kinderen dan op ideeën kwamen over hoe het uit te rekenen, liet ze ze zien dat dit dus rekenen is. “Het zijn betekenisvolle getallen”, zei ze tegen de kinderen. “Dat is rekenen in het echte leven.”

Ik ben trots op ons onderwijs: wij hebben duidelijk naar welke doelen we toewerken met de kinderen en doen dat op gedifferentieerde wijze. Ook is er bij ons in de klassen veel rust tijdens het werken. Dat wil ik graag behouden en tegelijkertijd meer gaan coachen tijdens de wereld oriënterende vakken.

Ik mag niet vergeten dat helpen niet hetzelfde is als het aanreiken van kennis of het voordoen van dingen. Kinderen mogen eigenaar zijn van hun eigen leerproces.

Wat me bezig houdt is dat ik het belangrijk vind om bovenstaande toe te passen tijdens projecten, maar dat ik het ook belangrijk vind om bij de kernvakken goed te monitoren wat de leerdoelen zijn en daarnaartoe te werken. Hier viel me op dat dat ook redelijk klassikaal gedaan werd (bij rekenen) en dat er weinig gedifferentieerd werd.

 

Bijna zo ver! De nieuwsgierigheid groeit!

Nog een paar weken en dan gaan we. Met zijn allen in een vliegtuig naar The USA. Wat een beleving! Ik kijk er erg naar uit! Ik ben zo benieuwd naar de manier waarop ze daar het onderwijs vormgeven. En zo gefascineerd door welke mogelijkheden dat biedt voor inclusief onderwijs en diversiteit!

In mijn opleiding tot Master EN komt dit voortdurend ter sprake, diversiteit en inclusief onderwijs. Met passend onderwijs hebben we daarmee wel een start gemaakt, maar zoals we het nu doen, werkt het niet voor veel kinderen. Veel kinderen vallen nog steeds buiten de boot. Het onderwijs zal meer op maat gemaakt moeten worden.

Hoe je dat doet? Door kinderen eigenaar te laten zijn van hun leerproces….en ieder op hun eigen niveau te laten werken. Tja, en dan kom je tot de conclusie dat we kinderen minder moeten opleggen en meer zelf moeten laten uitzoeken. En welke vraag ontstaat er dan bij mij? Hoe kunnen we de kinderen het beste coachen (zonder ze teveel te vertellen)?  Daar kan ik veel van leren, als ouderwetse onderwijsrot, altijd bereid om iemand iets te leren… (lees: vertellen). En het mooiste is: nu we gestart zijn met een pilot van IPC, komt die kennis me meteen goed van pas!