Welcome to Mission Hill…

Tijdens de ‘morning meeting’ sloot ik aan in de groep van Abdi en Kat. Kinderen in de leeftijd van 10-11 jaar.

De kinderen zaten rustig in de kring. De een zat/lag op de grond, de ander op een kussen en weer een ander op een bankje. Ieder kind op zijn eigen manier.

Tijdens deze meeting vertelden de kinderen hoe zij zich voelden op dat moment. Een 1 stond voor 😦 en bij een 5 kon het niet beter 🙂

Het viel op dat er veel kinderen waren die zich niet happy voelde, moe waren of er gewoon geen zin in hadden vandaag. ‘Wat helpt jullie om je beter te voelen?’, vroeg Abdi aan zijn leerlingen. ‘Even een frisse neus halen’, was daarop het antwoord.

En dus gingen we met z’n allen op weg naar buiten om even een frisse neus te halen.

Binnen 5 minuten ging ongeveer de helft van de groep uit zichzelf naar binnen. Abdi volgde, de rest bleef met Kat nog even buiten.

Binnen ging een klein groepje meteen aan de slag met een stagiaire. Een ander groepje hielp mee om de spulletjes van een vorig project op te ruimen. Na ongeveer een half uur volgden ook de kinderen die tot dan toe steeds buiten waren geweest.

Op mijn vraag of dat Abdi niet bang was zijn programma niet helemaal te kunnen draaien vandaag, kreeg ik het antwoord: ‘Welcome to Mission Hill!’, that’s the way we do it here…

Tijd en ruimte voor het kind. Luisteren naar wat het ècht nodig heeft en daarop reageren.

 

 

Projecttime

Vandaag heb ik zelf mogen ervaren hoe het is om met een onderwerp en 2 vragen aan de slag te gaan, “Projecttime”.
In 1e instantie zag ik nog niet meteen overeenkomsten en leek het onderwerp in mijn hoofd nog niet te matchen met de 2 vragen die we daarnaast kregen.
Op dat moment had ik even tijd nodig om het voor mezelf duidelijk te krijgen.
Maar tijd? Zoveel tijd hadden we niet. Krap een uurtje.
Langzaamaan ontstond er een idee en werd ik steeds enthousiaster.
Ik ging materialen bij elkaar zoeken, maakte een schets en begon.
En ineens was het tijd om te stoppen…
NEE!! Dat kan helemaal niet… Ik ben nog helemaal niet klaar!
De harde werkelijkheid. Om me heen werden er al spulletjes weggehaald en opgeruimd.
Ik moest ècht stoppen met de opdracht om samen te gaan reflecteren.

Hoe had ik de opdracht ervaren? Wat voelde ik?
Waarom koos ik voor dit project? Wat ging er goed en wat was een uitdaging?
Hoe dacht ik en kwam ik tot een oplossing? En zo ging het nog even door…
Goede doordachte vragen die me aan het denken zette.
Vragen gericht op het proces en niet op het product.

Wat mooi om zelf te ervaren waar je tegenaan kunt lopen. Waar de kinderen ook mee (kunnen) ‘struggelen’. Maar dat het belangrijkste toch wel het reflecteren is, zodat je een volgende keer met meer tijd eraan verder kunt werken.
Geef ik de kinderen wel voldoende tijd om hun plannen en ideeën verder uit te werken? Stel ik wel de juiste reflectievragen, zodat zij zichzelf verder op weg kunnen helpen een volgende keer.
Kortom het heeft me echt aan het denken gezet en ik kan wel zeggen dat ik hier, zeker in overleg met de kinderen, verandering in ga brengen.

 

Een swingend begin op Castle Bridge…

Muziek brengt mensen dichter bij elkaar…

Wat fijn om daarbij aanwezig te mogen zijn samen met alle kinderen, leerkrachten en ouders. Engelse en Spaanse liedjes wisselden elkaar af.

Wat een mooie start van de week. Wat een warm welkom voor iedereen.

We zijn een grote familie/ community, we helpen elkaar en zorgen voor elkaar.

Deze saamhorigheid was door de hele school te zien en te voelen. Wat een fijn begin van wat een hele mooie week, lijkt te worden.

 

Meer betrokkenheid bij meer eigenaarschap?

Even een korte terugblik: vrijdag 7 juli studiedag op IKC Regenboog. Net voor de zomervakantie een studiedag tot 17.30 uur! Wie krijgt dat verzonnen?

Die middag hebben we met heel ons IKC een eerste start gemaakt met Pedagogisch Tact onder leiding van Marcel van Herpen. Na deze bijeenkomst had ik zelf een flinke boost gekregen om er mee aan de slag te gaan. Marcel gaf diezelfde middag nog een tip mee; laat de kinderen zelf hun plaats bepalen bij de start van het nieuwe onderwijsjaar.

In de vakantie heb ik het boek “Ik, de leraar” in een teug uitgelezen. Wat een herkenbare situaties, lees je daarin terug. Maar nu naar mezelf… Durf ik het aan, de kinderen zelf een plaats te laten bepalen? In overleg met mijn duo besloten, dit maar gewoon te gaan doen. Het te laten gebeuren…

Maandag 28 augustus, de eerste schooldag. De kinderen komen enigszins verbaasd binnen. De stoelen staan in een kring, hun laatje met spulletjes daar bovenop, de tafels aan de kant. Één regel vooraf gesteld: We sluiten niemand buiten!

Binnen een korte tijd heeft iedereen een plaatsje gevonden. Geen standaard klaslokaal, een groepje van 4, rijtjes van 2 en 3 tafels en wat losse tafeltjes. Iedereen is tevreden, niemand voelt zich buitengesloten, we gaan aan de slag. Maar op donderdag merk ik wat onenigheid bij een aantal leerlingen. De tafels worden van elkaar weggeschoven, niet langer meer een groepje van 4, maar een tweetal en twee losse tafels. Bij navraag blijkt niet iedereen tevreden. Een kind voelt zich buitengesloten… Wat nu? Hoe gaan we dit oplossen? De 4 leerlingen komen er samen niet uit. We betrekken de hele klas er bij. Zij kennen elkaar immers het beste, ik werk pas 1 dag met ze samen. Wat een mooie reacties komen er, diverse ideeën/ oplossingen worden bedacht. De beste oplossing wordt gekozen, er wordt geschoven met tafels. Iedereen tevreden en niemand voelt zich buitengesloten.

Wat mooi om te zien dat als je kinderen meer eigenaarschap geeft, ze meer betrokken zijn, nadenken over hun eigen inbreng. Waarom heb ik dit niet eerder zo gedaan? Die ene tip van Marcel gaf me nèt dat duwtje dat ik nodig had.

Ik hoop in Amerika nog veel meer van dat soort tips te krijgen en te gaan zien en beleven. Hoe pakken zij dat aan? Hoeveel ruimte durf ik de kinderen zelf te geven? Hoe kan ik ze daar het beste in begeleiden? Op welke manier maak ik de kinderen meer eigenaar? En zo komen er steeds meer vragen bij… Hopelijk vind ik daar de antwoorden.

 

Hoofd-Gestoei & Hart-Gedoe

Het leven beleven
diep leren
gepassioneerd werken…
vooral vragend
reflecterend
steeds vanuit m’n hart
naar m’n hoofd
en andersom…
zien, denken en
echt verwonderen…
gaan voor m’n missie
er compleet voor gaan…
dat is totally Ingrid, that’s me.
Hoe nu verder na deze indrukwekkende scholenbezoeken in USA?
Hoe nu verder met mijn hersens in vuur en vlam?
Hoe nu verder met de chaos in mijn hoofd en hart?
Hoe verder in mijn rol als directeur van ons ChildCentre?
Hoe verder in mijn rol als portefeuillehouder Onderwijs en Kwaliteit?
Be Kind… for who exactly? Vanzelfsprekend voor alle kinderen en mijn collega’s en …
Work Hard… until when?

Hoe dieper ik deze week in mijn hoofd en hart kwam, des te minder ik het begon te weten.
Tja…uhm…en dus…
Heb ik dat Hoofd-Gestoei en Hart-Gedoe er gewoon laten zijn.
Tonen en delen van mijn ‘ge-struggle’ met mijn reisgenoten. Fijn!
Op zoek naar mijn challenge, mijn promise.
Op zoek naar mezelf, mezelf opnieuw uitvinden.
En daarin dicht bij mezelf blijven
als mens en leider óf
als menselijke leider óf
als leidend mens.
Wat is het toch dat ik steeds op zoek blijf naar een betere versie van mezelf?
Een stukje ‘landen’ in tevredenheid zou best mogen.
Vandaag tijdens het laatste schoolbezoek was daar opeens voor mij dė oneliner…
Een poster in een klas:

You were born to be real,
not to be perfect

Bam…
Binnen!

En als ik dan heel dichtbij mezelf blijf…
voel ik een innerlijke rust opkomen.
Real voor mij betekent: intuïtief en persoonlijk leiderschap, luisteren (ėcht luisteren) denken en meedoen, richting, ruimte en ruggensteun bieden, de ander bevoorwaarden, te laten schitteren, te leren en authentiek zijn en blijven. En in dit alles steeds groeipijntjes te voelen, die te koesteren.

Mijn CES feest zal nooit eindigen, het is een all-in party waarin ikzelf de slingers ben en blijf. Een kadootje ‘the way of life, the way of thinking’ diep te ervaren.
Ik zal genieten van alles om me heen en wil met mijn kleurrijke vrolijke ‘zijn’ anderen helpen bij het bouwen van hun feestjes.

Ik denk rust te gaan vinden in het niet steeds alles te hoeven weten, maar juist in het meer vertrouwen in mezelf. Vragen stellen, verdiepende vragen, real connection met de mensen om mij heen, feedback geven met als doel het feestje van de ander nog een beetje mooier te maken. En daarin steeds mijn eigen feestje te koesteren. Laat ik dit nou toch eens stevig verankeren in mijn handelen en denken.

De Ces principes zijn voor mij ook leidend geweest in de voorbereiding en organisatie van deze reis. Ik heb geprobeerd dit met zoveel mogelijk enthousiasme, energie en warmte te doen voor mijn reisgenoten. Zodat dat elke collega hier in de USA een eigen feestje kon vieren.
Das gelukt volgens mij.
We gaan allemaal naar huis met een ‘smile’ en het is fraai te zien en ervaren dat collega’s eigenaar geworden zijn van hun eigen CES feestje! ChickenSkin… Fantastisch!

​Vasthouden, verder verdiepen en juist ook dingen loslaten…

Vandaag heb ik weer kunnen ervaren hoe belangrijk het creëren en vasthouden van een veilig klimaat is.

Tijdens het verhaal van een leerkracht over de kracht van een goed positief klimaat kwam het volgende in mij op: een klas is een gezin en binnen dat gezin moet het fijn zijn. Dat gezin is echter niet op zichzelf aangewezen, maar (in ons geval het gehele IKC) moet zich ook goed en fijn voelen in zijn familie. Om dit gevoel te creëren heb je iedereen nodig.

Een mooi voorbeeld hiervan is dat kinderen elkaar hier in de gang niet voorbij lopen als ze iemand iets zien doen wat niet binnen ‘be kind, work hard’ past. Ze spreken elkaar aan op een passende manier. Kan ik helpen? Er is geen oordeel.

Op ons IKC hebben we een team dat het pedagogisch klimaat hoog in het vaandel heeft staan. Daar investeren we veel in en daar gaan we vol overgave voor. We geloven ook ontzettend in de kracht hiervan.

Met het voorbeeld van de leerling op de gang in mijn achterhoofd zie ik ruimte voor verdieping. Er is geen oordeel; er is helpen. Binnen het pedagogisch klimaat wil ik dus veel vasthouden van wat we doen en daarnaast ook verder verdiepen!

Ook als teamlid willen we ons fijn voelen binnen die familie. Het is belangrijk om elkaar daarin op dezelfde manier te benaderen als we bij de kinderen doen. Positief en vragend. Zonder oordeel. 

Bij mezelf en in ons gehele team zie ik ook een worsteling rondom dit vasthouden: Op welke manier ontwikkelen we hiernaast ook nog met net zoveel overgave de andere ontwikkelingsaspecten van kinderen? We zien dat er aspecten zijn die hierin kunnen en moeten verbeteren. We willen ook verbeteren, maar soms (stiekem best vaak) ben ik het spoor een beetje bijster: Waar halen we de tijd vandaan om te investeren in al die andere dingen die we belangrijk vinden? En misschien belangrijker om ons gevoel hierbij te veranderen: wanneer zijn we dan tevreden? Waar liggen onze prioriteiten naast deze sociale ontwikkeling die wij zo belangrijk vinden? Voor mij is het antwoord steeds duidelijker aan het worden: ‘less is more‘. Durf keuzes te maken. Keuzes leiden tot ontwikkeling van meer diepgang.

Ik wil volle bak blijven investeren in het gehele kind, het gehele pedagogische klimaat, in de verbinding met de ouders. Vasthouden en verdiepen dus!

Om mijn handen daarnaast vrij te hebben voor de dingen die ik binnen het ontwikkelen van het algehele kind belangrijk vindt moet ik keuzes gaan maken en dus ook dingen gaan loslaten: Less is more! Focus, vertrouw op jezelf en geniet samen met de kinderen en je team van de successen die je dan behaald.

Ruimte vinden en geven…

Jezelf en anderen de ruimte geven stond voor mij weer centraal vandaag. Hoeveel ruimte geven wij het kind? Hoeveel ruimte geven we elkaar ? Hoeveel ruimte geeft het Nederlandse onderwijssysteem ons? Waar kunnen we ruimte geven/pakken/creëren? Of kleiner gezien: hoe kan ik dit voor mezelf doen?

De vraag die hieraan ten grondslag ligt is: Krijgt het kind voldoende ruimte om zich te ontwikkelen als mens? Als wereldburger?

Een moeder met kinderen op Castle Bridge vertelde vandaag: ‘Ik was ervan overtuigd dat mijn kinderen wel zouden leren lezen, rekenen, schrijven. Maar de wereld waar we in leven nu vraagt meer dan dat en ik was niet zeker hoe de kinderen geleerd zou worden om daar mee om te gaan’.

Dit houdt me ontzettend bezig. Wat heeft een kind opgroeiend in de wereld van nu nodig van mij als leerkracht? En hoe ga ik daarin nog meer in ondersteunen als coach? 

En ja daar zie ik héél veel goede voorbeelden van en daarbij is het nog belangrijk om het op en rijtje te krijgen en te gaan vertalen naar mijn handelen…